ECLI:NL:RBZWB:2024:5142
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Voorn
- De Beer
- Hendriks
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over minderjarige wegens ernstige bedreiging ontwikkeling
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 18 april 2024 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om het ouderlijk gezag van de vader over zijn minderjarige kind te beëindigen. De ouders zijn gescheiden en het kind woont bij de moeder. De vader heeft al jaren geen structureel contact met het kind, vertoont een onvoorspelbare en belastende houding en weigert samen te werken met de gecertificeerde instelling en de moeder.
De Raad stelde dat de vader zijn gezag misbruikt en dat de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd. Het kind heeft het contact met de vader definitief verbroken vanwege de negatieve impact. De vader weigert toestemming voor belangrijke zaken en belemmert de moeder in haar gezag. De rechtbank oordeelde dat aan de wettelijke gronden voor gezagsbeëindiging is voldaan en dat de vader niet binnen een aanvaardbare termijn zijn verantwoordelijkheid kan dragen.
De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad vanwege de noodzaak voor de ontwikkeling van het kind. De moeder zal voortaan alleen het ouderlijk gezag dragen. De beslissing kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden via hoger beroep.
Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de vader over de minderjarige wordt beëindigd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.