ECLI:NL:RBZWB:2024:5184

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 juli 2024
Publicatiedatum
26 juli 2024
Zaaknummer
C/02/423846 / JE RK 24-1170
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing spoedmachtiging tot uithuisplaatsing minderjarige na afspraken met gezinsvoogd en advocaat

De zaak betreft een verzoek van de gezinsvoogd (GI) tot spoedmachtiging voor uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2021, die bij zijn moeder woont. De moeder heeft het ouderlijk gezag. Eerder waren er ondertoezichtstellingen van de GI opgelegd, die meerdere malen zijn verlengd. De GI verzocht op 25 juni 2024 spoedmachtiging tot uithuisplaatsing wegens zorgen over het welzijn van de minderjarige, omdat de gezinsvoogd geen contact kon krijgen en signalen van een cannabislucht en bedreigingen werden gemeld.

De kinderrechter heeft eerst telefonisch contact gezocht met de advocaat van de moeder, die stelde dat de informatie niet volledig klopte en dat de moeder een telefoonnummer van een vriendin had gegeven waar de minderjarige verbleef. Vervolgens is met de GI afgesproken dat contact met deze vriendin wordt gezocht om een huisbezoek te plannen, met als doel een uithuisplaatsing te voorkomen. De GI stemde hiermee in en het spoedverzoek werd opgeschort zolang er geen contact was.

Na 26 juni 2024 nam de GI geen contact meer op. Op 19 juli 2024 is besloten het verzoek tot spoedmachtiging af te wijzen. De kinderrechter oordeelde dat een uithuisplaatsing een zeer ingrijpende maatregel is en dat eerst contact en onderzoek via de vriendin van de moeder moet plaatsvinden. Het verzoek is daarom afgewezen. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: Het verzoek tot spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/423846 / JE RK 24-1170
Datum uitspraak: 26 juli 2024
Beschikking van de kinderrechter over een spoeduithuisplaatsing
in de zaak van
STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
locatie Eindhoven,
hierna te noemen: de GI.
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. V.C. Serrarens te Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het spoedverzoek met bijlagen van de GI van 25 juni 2024, ingekomen bij de griffie op 25 juni 2024;
  • het telefonische gesprekken met de advocaat van de moeder op 26 juni 2024;
  • het telefonische gesprekken met de GI op 26 juni 2024.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van 2 september 2021 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van drie maanden, te weten met ingang van 2 september 2021 en tot 2 december 2021.
2.4.
Bij beschikking van de kinderrechter van 13 maart 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van negen maanden, met ingang van 13 maart 2023 en tot 13 december 2023. Deze ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 3 mei 2024 met ingang van 13 mei 2024 en tot 13 november 2024.
2.5.
Bij beschikking van deze rechtbank van 6 juni 2024 is de erkenning van [minderjarige] door [naam] vernietigd. Deze beschikking is nog niet in kracht van gewijsde gegaan.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt met spoed en zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van vier weken te verlenen. De GI verzoekt om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Aansluitend verzoekt de GI, met uitvoerbaar bij voorraadverklaring, een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van drie maanden te verlenen.

4.De beoordeling

4.1.
Uit het verzoekschrift van de GI volgt dat de moeder met haar pasgeboren baby in het [ziekenhuis] in [plaats] verblijft en dat [minderjarige] nog thuis is. De GI heeft geen zicht op [minderjarige] en maakt zich zorgen over hem. Op 24 juni jl. heeft [de hulpverlening] geprobeerd om op huisbezoek te gaan, maar [de hulpverlening] mocht van de neven en de vriendin van de moeder niet naar binnen. Ook rook [de hulpverlening] een cannabislucht en werden er door de moeder en haar partner via de telefoon dreigementen geuit.
Vervolgens heeft de GI de advocaat van de moeder in de avond op de hoogte gebracht, waarna de advocaat op 25 juni 2024 aan de GI heeft laten weten dat de moeder ervoor zal zorgen dat [minderjarige] ook in [plaats] kan verblijven. Nadat de GI in de ochtend van 25 juni 2024 geen contact met zowel de moeder als haar advocaat heeft kunnen krijgen, heeft de GI een verzoek tot het verlenen van een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] ingediend.
4.2.
Gelet op dat een uithuisplaatsing zeer ingrijpend voor zowel [minderjarige] als de moeder is, heeft de kinderrechter eerst telefonisch contact met de advocaat van de moeder gezocht. Op 26 juni 2024 heeft de advocaat aangegeven dat de informatie vanuit [de hulpverlening] niet helemaal lijkt te kloppen en dat de moeder het telefoonnummer van de vriendin bij wie [minderjarige] verblijft aan de advocaat heeft gegeven, zodat de GI kan kijken hoe het met [minderjarige] gaat.
Vervolgens heeft de kinderrechter telefonisch contact met de GI gehad en zijn er afspraken gemaakt. Zo is er afgesproken dat de GI contact met de vriendin van de moeder opneemt om een afspraak voor een huisbezoek in te plannen om te kijken hoe het met [minderjarige] gaat, ook al lijkt moeder dit niet te willen. De kinderrechter vindt belangrijk dat dit toch gebeurd, omdat daarmee wellicht een uithuisplaatsing kan worden voorkomen. De GI is het daarmee eens. Ook is afgesproken dat het (spoed)verzoek niet doorgaat, zolang de GI geen contact meer opneemt.
4.3.
Na 26 juni 2024 heeft de GI geen contact meer met de kinderrechter opgenomen. Op 19 juli 2024 heeft de griffie van deze rechtbank contact met de GI gehad. Met de GI is overlegd dat de kinderrechter, gelet op het bovenstaande, het verzoek tot het verlenen van een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] zal afwijzen.
4.4.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2024, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.