Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2024 in de zaken tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland(23/3938)
de burgemeester van de gemeente Schouwen-Duiveland(23/2492)
Als derde-partij: [café] uit [plaats] ( [café] )
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De rechtbank zal eerst ingaan op de verleende omgevingsvergunning en daarna op de verleende exploitatie- en terrasvergunning.
.Op grond van de ‘Evaluatie en gedeeltelijke aanpassing horecavisie 2018’ kan volgens het college medewerking worden verleend aan de uitbreiding van bestaande horeca, indien dit leidt tot kwaliteitsverbetering. Het college mag deze evaluatie van de horecavisie aan zijn besluitvorming ten grondslag leggen. De rechtbank is van oordeel dat hieruit voldoende duidelijk blijkt dat de gemeenteraad de beleidskaders zo heeft willen wijzigen dat een uitbreiding van bestaande horeca mogelijk is, indien sprake is van een kwaliteitsverbetering. Dit is ook zodanig bekend gemaakt en wordt zo toegepast. Het is niet vereist dat de gemeenteraad hiervoor een besluit neemt waarmee hij de bestaande horecavisie formeel wijzigt. De vaststelling van de evaluatie is daarvoor voldoende.
kanworden geweigerd op grond van:
- de openbare orde;
- de openbare veiligheid;
- de volksgezondheid;
- de bescherming van het milieu;
- strijd met een geldend bestemmingsplan of voorbereidingsbesluit;
- de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
- het oordeel van de burgemeester dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
.De exploitatievergunning is een instrument om de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat te waarborgen. Eiser heeft het echter alleen over overlast die hij zelf ervaart, terwijl het woon- en leefklimaat ruimer gezien moet worden dan de overlast, met name geluidsoverlast, van één huishouden. Wat allereerst een rol speelt is dat het college al heeft afgewogen dat de uitbreiding vanuit planologisch oogpunt niet tot onaanvaardbare overlast leidt. Daarin zijn aspecten als parkeren, uitzicht en lichtinval meegenomen. De exploitatievergunning leent zich er in beginsel niet voor om ruimtelijke toegestane ontwikkelingen geheel tegen te houden. Die is bedoeld om de overlast voor de omgeving te beperken. Als ruimtelijk al is afgewogen dat de overlast met betrekking tot parkeren, uitzicht, zonlicht e.d. niet onevenredig is, dan kan de burgemeester de exploitatievergunning in beginsel niet op basis van deze aspecten weigeren. Wel kan hij extra voorwaarden stellen om overlast te beperken. Met betrekking tot geluid is dat al gebeurd in de omgevingsvergunning.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden;
- draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 184,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.312,50,- aan proceskosten aan eiser;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.312,50 aan proceskosten aan eiser.