ECLI:NL:RBZWB:2024:5218
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2018 wegens niet doen vereiste aangifte
Belanghebbende is voor het jaar 2018 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van € 80.935. De inspecteur stelde dat belanghebbende niet de vereiste aangifte had gedaan, mede gebaseerd op een strafrechtelijke veroordeling voor witwassen en de vondst van contant geld in de woning van de moeder van belanghebbende.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende meer inkomsten heeft genoten dan opgegeven, waardoor sprake is van het niet doen van de vereiste aangifte. De bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard, waarbij de inspecteur een redelijke schatting van het inkomen heeft gemaakt op basis van een vermogensvergelijking.
Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd om aan te tonen dat de aanslag te hoog is vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de aanslag en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2018 van € 80.935 blijft gehandhaafd.