Uitspraak
1.De procedure
- het deskundigenbericht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak tussen Scania Nederland B.V. en [gedaagde] B.V. is een deskundigenonderzoek ingesteld naar de vraag of verdere motorschade had kunnen worden voorkomen en wat de omvang van de schade is. De deskundige concludeerde dat er een 50% kans was dat motorschade voorkomen had kunnen worden en dat de brandstofmotor niet vervangen hoefde te worden omdat herstel mogelijk en goedkoper was.
De kantonrechter volgt deze conclusies en past een 50-50%-verdeling toe op de schadevergoeding. De schade wordt begroot op €25.087,02 exclusief btw voor herstel van de motor en huurderving, vermeerderd met eerder toegewezen €17.138,- voor het brandstofsysteem, wat leidt tot een totale hoofdsom van €29.681,51 exclusief btw.
De wettelijke handelsrente wordt afgewezen en in plaats daarvan wordt de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro toegewezen vanaf 14 september 2019. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van €1.071,82 toegewezen. De proceskosten worden begroot op €2.304,99 en [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen aan Scania.
De kantonrechter oordeelt dat het deskundigenrapport ondanks een procedurele tekortkoming bruikbaar is en dat er geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Beide partijen dragen de helft van de deskundigenkosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en wijst verdere vorderingen af.
Uitkomst: [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van ruim €30.000 aan Scania wegens gedeeltelijk voorkomen motorschade en huurderving.