ECLI:NL:RBZWB:2024:5230
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslagen omzetbelasting bij pandbelening en margeregeling
Belanghebbende exploiteert een pandhuis en kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de periodes 2021 en begin 2022. De inspecteur stelde dat bij toepassing van de margeregeling alleen de beleensom als inkoopprijs geldt, terwijl belanghebbende ook de niet ontvangen pandbeleningsvergoeding als inkoopprijs wilde meenemen.
De rechtbank onderzocht de juridische grondslagen, waaronder bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek over pandbelening en de BTW-richtlijn. De rechtbank oordeelde dat de pandbeleningsvergoeding als rente is vrijgesteld van omzetbelasting en niet tot de inkoopprijs behoort. De margeregeling ziet alleen op het bedrag dat belanghebbende daadwerkelijk aan de pandgever ter beschikking heeft gesteld, namelijk de beleensom.
Belanghebbendes beroep op een redelijke toepassing van de margeregeling bij huurkoop- of financial lease-overeenkomsten werd verworpen omdat de situatie van pandbelening niet vergelijkbaar is. De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd en dat de rentebeschikking eveneens in stand blijft. De beroepen worden ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen omzetbelasting en rentebeschikking blijven in stand; beroepen worden ongegrond verklaard.