De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 juli 2024 uitspraak gedaan over het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2023. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, verblijft vermoedelijk sinds augustus 2023 in Polen en is onvindbaar voor de Nederlandse instanties. De minderjarige woont sinds kort na haar geboorte in een Nederlands pleeggezin en hecht zich aan de pleegouders.
De GI heeft via de Raad voor de Kinderbescherming en de Nederlandse Centrale Autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden contact gezocht met Poolse autoriteiten, maar deze konden geen duidelijkheid geven over de verblijfplaats en opvoedvaardigheden van de moeder. De moeder heeft geen contact met de minderjarige en reageert niet op pogingen tot communicatie. De GI verzoekt daarom om verlenging van de beschermingsmaatregelen voor een jaar.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is omdat de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is. De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot 14 juli 2025. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 28 oktober 2024, waarna de rechtbank een nader onderzoek door de Raad zal gelasten om duidelijkheid te krijgen over de toekomst van de minderjarige en de rol van de moeder. De behandeling van het resterende verzoek wordt aangehouden totdat de onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.