Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 437,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor het rijden op het voetpad in de Nieuwlandstraat te Tilburg op 7 maart 2022. Hij voerde aan dat de verkeerssituatie onduidelijk was door fuiken en onjuiste bebording, en dat de redelijke termijn was overschreden. De officier van justitie wees het beroep af, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter onderzocht de situatie aan de hand van het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden en onderscheidde drie periodes. Voor juli tot 9 september 2021 was de bebording onvoldoende, waardoor boetes onterecht waren. Van 10 september tot 3 november 2021 was de situatie formeel duidelijk, maar door wegwerkzaamheden en onduidelijkheid matigde de rechtbank de boetes naar nihil. Vanaf 3 november 2021 was de situatie duidelijk en werden boetes terecht opgelegd.
De kantonrechter stelde vast dat de hoorplicht was geschonden, maar matigde de boete niet vanwege dit verzuim. Wel werd de boete met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De officier van justitie werd veroordeeld tot terugbetaling van teveel betaalde zekerheid en tot vergoeding van proceskosten voor de fase bij de kantonrechter.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot €112,50 plus administratiekosten en proceskosten worden toegewezen.