ECLI:NL:RBZWB:2024:5325
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende rekening houden met geluidshinder
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €449.000. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde, waarop belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde de vergelijkingsmethode die de heffingsambtenaar gebruikte, waarbij referentiewoningen werden vergeleken met de woning van belanghebbende. Hoewel de referentiewoningen qua bouwjaar, oppervlakte en ligging vergelijkbaar waren, bleek dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met de geluidshinder van het verkeer op de straat waar de woning direct aan ligt. De referentiewoningen lagen verder van deze straat en ondervonden minder geluidsoverlast.
Omdat de geluidshinder niet was verdisconteerd in de waardering, was de vastgestelde WOZ-waarde te hoog. Belanghebbende kon zijn lagere waarde van €381.650 niet aantonen met marktgegevens. Daarom stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €429.000, rekening houdend met een neerwaartse correctie voor de ligging.
De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verlaagd en de heffingsambtenaar werd verplicht het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra op 31 juli 2024.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €429.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.