Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door mr. Schumans;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[client], geboren op [geboortedag] 1946 in [plaats 1] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om een machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor een cliënt met de ziekte van Alzheimer. De cliënt, geboren in 1946, verzet zich tegen opname en stelt geen ziekte te hebben en niemand tot last te zijn.
Tijdens de mondelinge behandeling werden verklaringen gehoord van de cliënt, diens advocaat, huisarts, casemanager, echtgenote en zoon. De huisarts bevestigde de diagnose Alzheimer uit 2021 en beschreef ernstige geheugen- en gedragsproblemen. De casemanager meldde toenemende incidenten en agitatie, waardoor de echtgenote overbelast is geraakt. Thuiszorg is onvoldoende vanwege onplanbare zorgmomenten.
De rechtbank concludeerde dat cliënt lijdt aan een ernstige psychogeriatrische aandoening met ernstig nadeel, waaronder verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Opname en verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit te voorkomen, en er zijn geen minder ingrijpende alternatieven. Ondanks het verzet van cliënt voldoet de situatie aan de criteria van de Wet zorg en dwang (Wzd).
De rechtbank verleent daarom de machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden, tot uiterlijk 19 juli 2024. De beschikking is mondeling gegeven op 19 januari 2024 en schriftelijk uitgewerkt op 2 februari 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden aan de cliënt met de ziekte van Alzheimer.