ECLI:NL:RBZWB:2024:5332
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Felix
- Rechtspraak.nl
Voorlopige ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige zorgen en onttrekking aan gezag
De Raad voor de Kinderbescherming heeft op 19 juni 2024 een verzoek ingediend tot voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige voor drie maanden vanwege ernstige zorgen over zijn welzijn en opvoedsituatie. De moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent, is samen met de minderjarige en diens halfbroertje vertrokken naar een onbekende locatie, vermoedelijk Marokko, en is onbereikbaar voor instanties.
De kinderrechter heeft op 19 juni 2024 een mondelinge spoedbeslissing genomen om de minderjarige voorlopig onder toezicht te stellen van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant. Tijdens de mondelinge behandeling op 28 juni 2024, waarbij de moeder niet verscheen, bevestigden de Raad en de gecertificeerde instelling het verzoek en de ernstige zorgen over de situatie.
De kinderrechter constateert dat er sprake is van een acute en ernstige bedreiging voor de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige, mede door het ontbreken van zicht op de opvoedsituatie en het feit dat de minderjarige niet meer naar school gaat. Gezien de omstandigheden wordt de voorlopige ondertoezichtstelling verlengd van 4 juli 2024 tot 19 september 2024 om nader onderzoek en passende maatregelen mogelijk te maken.
De beslissing is genomen conform de wettelijke bepalingen in artikel 1:255 en Pro 1:257 van het Burgerlijk Wetboek en is in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2024. Tegen deze beslissing staat alleen cassatie in het belang der wet open.
Uitkomst: De minderjarige wordt voorlopig onder toezicht gesteld van 4 juli 2024 tot 19 september 2024 wegens ernstige zorgen en onttrekking aan het gezag.