Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het overschrijden van een doorgetrokken streep op de Rijksweg A27 te Nieuwendijk op 24 januari 2022 om 03:30 uur. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 7 juni 2024 verschenen betrokkene en zijn gemachtigde niet. De gemachtigde voerde aan dat betrokkene de gedraging niet had verricht en dat de verklaring van de verbalisant niet ondertekend was, waardoor deze geen bijzondere bewijskracht zou hebben. De officier van justitie betwistte dit en vond de verklaring betrouwbaar.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende bewijs vormt in zaken op grond van de Wahv, tenzij er specifieke feiten zijn die twijfel rechtvaardigen. De aangevoerde bezwaren waren onvoldoende om aan de juistheid van de verklaring te twijfelen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.