Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door mr. Schumans;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 januari 2024 een verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) behandeld tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt met niet-aangeboren hersenletsel. De cliënt, die na een hartstilstand en langdurige reanimatie blijvende cognitieve beperkingen heeft, verblijft momenteel in een zorgaccommodatie en stemt in met het verzoek, hoewel hij problemen ervaart met communicatie en graag naar huis wil.
Tijdens de mondelinge behandeling werden verschillende betrokkenen gehoord, waaronder de cliënt, zijn advocaat, een verpleegkundig specialist en een maatschappelijk werkster. De verpleegkundig specialist benadrukte het blijvende karakter van de problematiek, het verzet van de cliënt tegen het verblijf en de onhoudbaarheid van zorg in de thuissituatie vanwege overbelasting van het steunsysteem.
De rechtbank concludeerde dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid van cliënt en omgeving. Gezien het ontbreken van minder bezwarende alternatieven en de noodzaak professionele hulpverlening te waarborgen, werd het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken toegewezen.
De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd, met de mogelijkheid tot cassatie tegen deze beslissing.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.