ECLI:NL:RBZWB:2024:5346

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 juni 2024
Publicatiedatum
1 augustus 2024
Zaaknummer
10942567 \ MB VERZ 24-165
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen verkeersboete wegens overtreden geslotenverklaring in Breda

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 31 mei 2022. Namens betrokkene werd beroep ingesteld tegen deze boete, waarbij werd aangevoerd dat de boete niet redelijk was gezien de omstandigheden, waaronder wegwerkzaamheden en een vergissing van betrokkene's vrouw.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarop betrokkene via zijn gemachtigde beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 7 juni 2024 werd het beroep inhoudelijk behandeld. De gemachtigde voerde aan dat meerdere sancties binnen één week onterecht waren opgelegd en dat de bewijslast bij de officier van justitie lag.

De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de overtreding heeft plaatsgevonden. De aangevoerde omstandigheden gaven geen aanleiding om aan deze verklaring te twijfelen of de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 10942567 \ MB VERZ 24-165
CJIB-nummer : 9062 5422 5038 9991
uitspraakdatum : 7 juni 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 juni 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven:
handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Karnemelkstraat) te Breda op 31 mei 2022 om 18:07 uur.
Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat zijn vrouw per ongeluk over een bus sluis is gereden in Breda. Op dat moment waren er wegwerkzaamheden. Op het moment dat de vrouw van betrokkene doorhad dat dit niet mocht, is zij omgedraaid en heeft zij haar tweede bekeuring gemaakt. Gemachtigde stelt dat er is gehandeld in strijd met het digitale Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden. Er mag per week maximaal één beschikking per kenteken worden geregistreerd en de eerste moet zijn verzonden voordat de volgende wordt opgelegd. Betrokkene heeft meerdere sancties binnen één week ontvangen. Gemachtigde voert aan dat de officier van justitie een bewijslast heeft om aan te tonen dat de gedraging is verricht. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding toe te wijzen op rekening van gemachtigde.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe aangevoerd dat betrokkenede geslotenverklaring gepasseerd is. Daarbij ontkent hij de gedraging niet.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.L.C.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: