Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Overwegingen
Het waterschap besteedt de opbrengsten van de zuiveringsheffing slechts ter bekostiging van zijn zuiveringstaak. Zuiveringskosten zijn al die kosten die samenhangen met de uitvoering van de zuiveringstaak, ofwel die kosten die samenhangen met brengen van stoffen op een riolering of op een zuiveringtechnisch werk. Naast de kosten gemoeid met de bouw en exploitatie van zuiveringstechnische werken betreft het tevens de kosten gemoeid met planvorming, beheersing van het afvoer op de riolering (onder andere vergunningverlening en handhaving), het vastleggen, opleggen en de invordering van de zuiveringsheffing, bestuur en externe communicatie alsmede de samenwerking met gemeenten in de afvalwaterketen.” [2]
enerzijdsals doel heeft om de vaarweg geschikt te houden voor de scheepvaart en
anderzijdsom ervoor te zorgen dat de vaarweg als oppervlaktelichaam voldoende afmetingen behoudt voor de waterberging en waterafvoer, ofwel het hemelwaterbeheer. De rechtbank volgt de stelling van de heffingsambtenaar dat bij het baggeren beide doelen even zwaar wegen. Zodoende wordt de helft van de kosten van het baggeren toegerekend aan het hemelwaterbeheer, en dat vertaalt zich daarmee ook in 50% bekostiging via de watersysteemheffing.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 250;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50 aan belanghebbende moet vergoeden.