ECLI:NL:RBZWB:2024:538
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Duinhof
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring schriftelijke aanwijzingen door kinderrechter in ondertoezichtstelling
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde verzoeken in een zaak betreffende schriftelijke aanwijzingen gegeven door de gecertificeerde instelling (GI) in het kader van een ondertoezichtstelling van drie minderjarigen. De ouders vroegen om vervallenverklaring van twee schriftelijke aanwijzingen die de GI had gegeven over de verzorging en opvoeding van de kinderen.
De GI verzocht om bekrachtiging van deze aanwijzingen en het opleggen van een dwangsom bij niet-naleving. Tijdens de mondelinge behandeling trok de GI het verzoek tot bekrachtiging van de eerste aanwijzing in, maar handhaafde het verzoek voor de tweede aanwijzing. De kinderrechter oordeelde dat de schriftelijke aanwijzingen niet voldeden aan de wettelijke vereisten, onder meer omdat de ouders niet schriftelijk vooraf waren geïnformeerd en de motivering onvoldoende was.
De kinderrechter wees daarom de verzoeken tot bekrachtiging af en kende het verzoek van de ouders tot vervallenverklaring toe. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het vonnis benadrukt het belang van zorgvuldige voorbereiding en motivering van schriftelijke aanwijzingen binnen het kader van ondertoezichtstellingen.
Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek van de ouders tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzingen toe en wijst de verzoeken van de gecertificeerde instelling tot bekrachtiging af.