Op 5 september 2021 werd verdachte betrapt met 4.692 gram ketamine zonder de vereiste registratie. Verdachte verklaarde niet te weten dat hij ketamine bij zich had, maar de rechtbank oordeelde dat hij zich bewust blootstelde aan de kans op bezit van een illegale stof en sprak hem vrij van medeplegen wegens onvoldoende bewijs van nauwe samenwerking.
De rechtbank nam mee dat ketamine onder de Geneesmiddelenwet valt en vanwege de hoeveelheid vermoedelijk bestemd was voor recreatief gebruik, wat gezondheidsrisico's en maatschappelijke schade met zich meebrengt. Verdachte werd gezien als een loopjongen, niet als grote speler, en had een gemiddeld recidiverisico volgens het reclasseringsrapport.
Er was sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn met 11 maanden, wat strafverminderend werd meegewogen. Gezien de omstandigheden legde de rechtbank een taakstraf van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden op met een proeftijd van 2 jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals meldplicht en behandeling.
De rechtbank benadrukte dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de positieve ontwikkelingen in het leven van verdachte zou doorkruisen. De straf is mede bedoeld om de volksgezondheid te beschermen en het illegale circuit van ketamine tegen te gaan.