ECLI:NL:RBZWB:2024:5417
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de schorsing van haar rijbewijs door het CBR. Zij stelt dat reizen met eigen vervoer noodzakelijk is vanwege mantelzorg, behandelingen en cursussen, en dat openbaar vervoer onvoldoende alternatief biedt.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat het verzoek om een voorlopige voorziening spoedeisend moet zijn en dat het bestreden besluit evident onrechtmatig moet zijn om zonder nader onderzoek te worden geschorst. Dit laatste is niet het geval, aldus de rechter.
Hoewel verzoekster aangeeft dat reizen met openbaar vervoer minder comfortabel en tijdrovender is, is onvoldoende gebleken dat dit leidt tot een onverwijlde spoedeisendheid. Mantelzorg kan ook met zorgtaxi en hulp van familie worden georganiseerd, en boodschappen kunnen tijdelijk via een service worden gedaan.
De behandelingen en cursussen vormen geen spoedeisend belang, mede omdat het niet aannemelijk is dat deze niet met openbaar vervoer kunnen worden bereikt of dat uitstel ernstige gevolgen heeft.
Daarom wordt het verzoek afgewezen en komt de voorzieningenrechter niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.