ECLI:NL:RBZWB:2024:5421
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning voor belastingjaren 2022 en 2023
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden van zijn woning voor de belastingjaren 2022 en 2023, vastgesteld op respectievelijk €473.000 en €550.000. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar voor 2023 gegrond en verlaagde de waarde naar €517.000, maar wees het bezwaar voor 2022 af.
De rechtbank beoordeelde de beroepen op basis van de vergelijkingsmethode, waarbij de woning werd vergeleken met referentiewoningen. Belanghebbende voerde aan dat het woonoppervlak onjuist was vastgesteld, maar bevestigde ter zitting dat de waarden ook bij zijn berekening van 181 m2 niet te hoog zijn.
De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde waarden niet te hoog zijn, mede omdat de taxatiewaarden hoger zijn dan de vastgestelde WOZ-waarden. De rechtbank adviseert de heffingsambtenaar om de woning ter plaatse opnieuw op te nemen voor een correcte objectafbakening.
De beroepen worden ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarden en de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierechtvergoeding en er is geen aanleiding tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waardebeschikkingen voor 2022 en 2023 zijn ongegrond verklaard en de vastgestelde waarden blijven gehandhaafd.