ECLI:NL:RBZWB:2024:5422
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning te Middelburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die de heffingsambtenaar aanvankelijk op €349.000 had vastgesteld en vervolgens verlaagde naar €339.000. De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2024 behandeld, waarbij belanghebbende niet aanwezig was.
De woning betreft een vrijstaande semibungalow uit 1955 met een woonoppervlakte van 151 m² en een perceel van 609 m². De waarde is vastgesteld met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de omgeving zijn gebruikt. De rechtbank oordeelt dat deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar adequaat rekening heeft gehouden met verschillen zoals bouwjaar, oppervlakte en onderhoudstoestand.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde staat van de woning, maar de rechtbank vindt dat dit door de taxateur adequaat is verwerkt in de waardering. Ook het argument over de waardeontwikkeling ten opzichte van eerdere jaren wordt verworpen omdat de WOZ-waarde telkens opnieuw wordt vastgesteld op basis van de situatie rond de waardepeildatum.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €339.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.