Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van openlijk geweld gepleegd in vereniging in een sportkantine. De tenlastelegging betrof het slaan, stompen en trappen tegen drie aangevers, waarbij ook voorwerpen werden gebruikt.
Tijdens de zitting op 24 juli 2024 betoogde de officier van justitie dat het wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte een wezenlijke bijdrage had geleverd aan het geweld. De verdediging stelde echter dat de verklaringen van aangevers en getuigen inconsistent en tegenstrijdig waren, en dat de herkenning van verdachte onbetrouwbaar was.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen inderdaad wisselend en tegenstrijdig waren en dat de herkenning in de bestuurskamer van de voetbalclub oncontroleerbaar was. Hierdoor kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte deel uitmaakte van de groep geweldplegers.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade werd niet-ontvankelijk verklaard, en de benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van deelname aan openlijk geweld.