ECLI:NL:RBZWB:2024:5443

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 juni 2024
Publicatiedatum
7 augustus 2024
Zaaknummer
10930434 \ MB VERZ 24-156
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens schending hoorplicht en matiging boete

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 19 september 2022. Betrokkene voerde aan dat de boete onredelijk was vanwege plotselinge wegwerkzaamheden en dat zij langzaam een uitweg zocht zonder gevaar te veroorzaken. Tevens stelde betrokkene dat zij geen telefoon had om de beslissing van de officier van justitie te lezen.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de wegwerkzaamheden niet bewezen waren en dat er voldoende vooraankondigingen waren. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en dat de boete terecht was opgelegd. De door betrokkene aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende onderbouwd.

Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht had geschonden door betrokkene niet in de gelegenheid te stellen gehoord te worden, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van die beslissing. Daarom werd het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de boete met 25% gematigd vanwege deze structurele schending.

De kantonrechter wijzigde de boete dienovereenkomstig en beval terugbetaling van het teveel betaalde bedrag aan betrokkene. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is met 25% gematigd vanwege schending van de hoorplicht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer.: 10930434 \ MB VERZ 24-156
CJIB-nummer: 1062 5422 5303 5288
uitspraakdatum: 7 juni 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 juni 2024 Namens de officier van justitie is verschenen mr. A. de Vreeze (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven:
handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Houtmarkt (richting Karnemelkstraat) te Breda op 19 september 2022 om 09:42 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt de beslissing van de officier van justitie niet te kunnen lezen, omdat zij geen telefoon heeft die dit kan. De situatie is voortgekomen door plotselinge wegwerkzaamheden. Betrokkene stelt langzaam een uitweg te hebben gezocht, zonder een gevaarlijke situatie te hebben veroorzaakt. Betrokkene stelt veel betalingsregelingen te hebben getroffen om geen schulden te maken.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene voert in zijn beroepschrift aan dat er ten tijde van de wegwerkzaamheden gedraging waren. Deze werkzaamheden zijn bij de zittingsvertegenwoordiger niet bekend en betrokkene heeft dit niet onderbouwd met bewijsstukken. Bij wegwerkzaamheden zijn er voldoende vooraankondigingen, waardoor betrokkene op de hoogte had moeten zijn dat zij er niet mocht rijden. Betrokkene is bij de officier van justitie niet gewezen op het recht om gehoord te worden. Hierdoor moet de boete gematigd worden met 25% aangezien er sprake is geweest van schending van de hoorplicht.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de werkzaamheden niet voldoende zijn onderbouwd door betrokkene.
Schending hoorplicht
Betrokkene heeft, zonder tussenkomst van een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Het beroep tegen die beslissing is om die reden gegrond.
De kantonrechter ziet verder reden de boete te matigen met 25%, omdat sprake is van een structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934).
Conclusie
Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in
€ 75,- plus € 9,- administratiekosten;
- draagt de officier van justitie op het bedrag van € 25,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier X.LC.M. van Sprundel, en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: