ECLI:NL:RBZWB:2024:546
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruiming en huurvorderingen wegens onduidelijkheid huurovereenkomsten en betalingen
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een kort geding waarin eiseres vorderde dat gedaagde sub 4 de woning zou ontruimen en dat gedaagde sub 1, 2 en 3 achterstallige huur zouden betalen. Tevens werd betaling van huur vanaf januari 2024 gevorderd. Er was onduidelijkheid over welke huurovereenkomsten geldig waren, met wie deze waren gesloten en welke bedragen daadwerkelijk waren betaald. Diverse gedaagden waren al vertrokken uit het gehuurde.
De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst tussen eiseres en gedaagde sub 4 nog steeds geldig was, omdat deze niet was ontbonden of opgezegd. Ook als deze overeenkomst was geëindigd, had gedaagde sub 4 een kamerhuurovereenkomst met een derde partij die hem recht gaf op verblijf. Hierdoor verbleef hij niet zonder recht of titel in het gehuurde.
Ten aanzien van de huurachterstanden en toekomstige huurbetalingen was onvoldoende duidelijkheid over de betalingsrelaties en bedragen. De kantonrechter vond dat onvoldoende aannemelijk was dat gedaagde sub 1, 2 en 3 huur verschuldigd waren aan eiseres, mede omdat zij huur hadden betaald aan een derde partij. Ook was niet duidelijk of en welke afspraken er waren over huurbetalingen vanaf januari 2024.
De vorderingen tot ontruiming en betaling werden daarom afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, waarbij een forfaitaire vergoeding werd toegekend aan gedaagden die ter zitting aanwezig waren.
Uitkomst: Vorderingen tot ontruiming en betaling huur afgewezen wegens onduidelijkheid over huurovereenkomsten en betalingen.