Uitspraak
[huurder],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder huurt sinds mei 2020 een woning van Stichting WonenBreburg. Na een politie-inval in juli 2023 werden in de woning een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs en een vuurwapen aangetroffen. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vanwege het gebruik van de woning voor drugshandel, wat in strijd is met de huurovereenkomst en algemene voorwaarden.
De huurder betwist dat de drugs van hem waren en stelt dat deze van een bezoeker waren, maar erkent het vuurwapen niet te hebben geweten. De rechtbank acht de verklaring over drugs niet geloofwaardig en concludeert dat sprake is van handel in verdovende middelen. De huurder kan echter niet verantwoordelijk worden gehouden voor het vuurwapen.
De rechtbank weegt het belang van de verhuurder bij leefbaarheid en het zerotolerancebeleid tegen het woonbelang van de huurder, die psychische problemen en eerdere dakloosheid heeft. Gezien de ernst van de tekortkoming en eerdere waarschuwingen acht de rechtbank ontbinding gerechtvaardigd. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op acht weken om hulpverlening mogelijk te maken.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder moet binnen acht weken de woning ontruimen.