Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 218,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het negeren van een rood verkeerslicht op de N256 Deltaweg. Betrokkene stelde dat zij wel over de stopstreep was gereden, maar niet het rode licht had genegeerd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende was bewezen dat het rode licht was gepasseerd, maar wel dat de stopstreep was overschreden.
De feitcode bleek onjuist; deze werd gewijzigd van R602 (doorgaan bij rood licht) naar R620 (niet stoppen voor stopstreep), met een lager boetebedrag. Daarnaast was de hoorplicht door de officier van justitie geschonden, wat tot vernietiging van diens beslissing leidde. De boete werd gematigd en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald.
Ten slotte kende de kantonrechter een proceskostenvergoeding van €437,50 toe aan betrokkene. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep deels gegrond, feitcode gewijzigd, boete gematigd en proceskostenvergoeding toegekend.