Op 9 januari 2024 werd bij verdachte in zijn woning en berging een aanzienlijke hoeveelheid soft- en harddrugs aangetroffen. De politie betrad de woning rechtmatig op basis van een machtiging vanwege een vermoeden van hennepkwekerij. Het Nederlands Forensisch Instituut testte een deel van de drugs, waaronder 966,38 gram cocaïne, wat wettig en overtuigend bewijs opleverde.
De verdediging voerde aan dat de woning onrechtmatig was betreden en dat niet alle drugs waren getest, wat zou moeten leiden tot bewijsuitsluiting of vrijspraak. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht had over de drugs. Verdachte had bovendien ongeloofwaardige verklaringen afgelegd.
De rechtbank verklaarde bewezen dat verdachte opzettelijk grote hoeveelheden cocaïne, xtc, MDMA, hasj en hennep in bezit had. Gelet op de ernst van de feiten en de proceshouding van verdachte, werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. De inbeslaggenomen drugs werden onttrokken aan het verkeer, terwijl medicijnen werden teruggegeven aan verdachte.