Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
mr. [naam 3] RT RVGME,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Maatschap verhuurt een bedrijfsruimte aan een V.O.F. tegen een huurprijs van €20.881,74 exclusief btw per jaar. De verhuurder stelt dat deze huurprijs lager is dan het gemiddelde van vergelijkbare bedrijfsruimten in de regio over de afgelopen vijf jaar en wil deze verhogen. Na het uitbrengen van een deskundigenrapport en het doen van een voorstel voor een hogere huurprijs, is er geen overeenstemming bereikt met de huurder.
De verhuurder heeft voorgesteld een gezamenlijke deskundige te benoemen, maar de huurder heeft dit afgewezen vanwege vermeende belangenverstrengeling. De huurder stelde een andere deskundige voor, mr. [naam 3], die door de verhuurder niet werd betwist. De kantonrechter benoemt mr. [naam 3] als deskundige om een onafhankelijk advies uit te brengen over de huurprijs per 2 februari 2024.
De kosten van het deskundigenadvies komen voor rekening van de verhuurder, terwijl elke partij haar eigen proceskosten draagt. De deskundige zal partijen in de gelegenheid stellen voorstellen voor vergelijkingspanden te doen en opmerkingen op het conceptrapport te maken, die in het eindadvies worden verwerkt. De dag van indiening van het verzoekschrift geldt als de dag van de vordering tot nadere vaststelling van de huurprijs.
Uitkomst: De kantonrechter benoemt een onafhankelijke deskundige voor het vaststellen van de huurprijs en bepaalt dat de verhuurder de kosten van het deskundigenadvies draagt.