Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[cliënt], geboren op [geboortedag] 1939 te [plaats 1] , [land 1] ;
8 januari 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt, geboren in 1939, die verblijft bij Stichting Emergis. Cliënt verzet zich tegen opname en betwist de diagnose, maar uit observaties blijkt een uitgebreide neurocognitieve stoornis, vermoedelijk Alzheimer dementie.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf cliënt aan zich opgesloten te voelen en wenste terug te keren naar haar normale leven. De behandelaar en verpleegkundig specialist bevestigden de diagnose op basis van multidisciplinair onderzoek en klinische observaties. Cliënt lijdt aan ernstige kortetermijngeheugenstoornissen, desoriëntatie en wantrouwen, wat leidt tot ernstig nadeel zoals verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen, mede omdat cliënt 24-uurs zorg en toezicht nodig heeft die thuis niet geboden kan worden. Ondanks het verzet van cliënt is voldaan aan de wettelijke criteria voor verlening van de machtiging. De machtiging wordt verleend voor de duur van zes maanden, tot uiterlijk 8 januari 2025.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstige neurocognitieve stoornis en verzet van cliënt.