ECLI:NL:RBZWB:2024:5540
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd inzake schorsing invorderingsmaatregelen belastingaanslag 2020
Verzoeker uit Hongarije heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die de invorderingsacties tegen hem schorst met betrekking tot de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2020. Hij heeft ook bezwaar gemaakt tegen de aanslag en beroep ingesteld bij de rechtbank, waarbij de voorlopige voorziening verband houdt met deze procedure.
De voorzieningenrechter overweegt dat de invordering van belastingen wordt uitgevoerd op grond van de Invorderingswet 1990 en dat de belastingrechter in principe niet bevoegd is om te oordelen over besluiten van de invorderingsambtenaar, tenzij het gaat om specifieke uitzonderingen die hier niet van toepassing zijn. Ook de tenuitvoerlegging van een dwangbevel valt niet onder de bevoegdheid van de belastingrechter, maar onder die van de civiele rechter.
Hoewel verzoeker vreest voor de verschuldigdheid van invorderingsrente, is er nog geen beschikking invorderingsrente genomen waarop de belastingrechter bevoegd zou zijn. Daarom verklaart de voorzieningenrechter zich onbevoegd om het verzoek te behandelen en wijst het af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd en wijst het verzoek tot schorsing van invorderingsmaatregelen af.