ECLI:NL:RBZWB:2024:5546
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking Alcoholwetvergunning wegens vermeend schijnbeheer
Verzoekster exploiteert een horecabedrijf en kreeg in mei 2021 een Alcoholwetvergunning en vrijstelling van de exploitatievergunningplicht. De burgemeester trok deze vergunning in juni 2024 in vanwege vermeend schijnbeheer, waarbij de partner van een leidinggevende feitelijk als exploitant zou optreden.
Verzoekster betwistte dit en voerde aan dat de partner niet als leidinggevende of exploitant fungeert en dat de burgemeester onvoldoende bewijs en motivatie heeft geleverd. De voorzieningenrechter oordeelde dat het intrekkingsbesluit onvoldoende aannemelijk maakt dat sprake is van schijnbeheer, mede vanwege onduidelijke en niet-ondertekende verklaringen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het intrekkingsbesluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar, en de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is bindend voor het voorlopige proces en hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de Alcoholwetvergunning wordt geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van schijnbeheer.