Eiser heeft op 20 maart 2024 een aanvraag ingediend bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van de Wet open overheid (Woo). De minister had volgens de wet binnen vier weken moeten beslissen, met een mogelijke verlenging van twee weken. De minister verlengde de termijn tot uiterlijk 1 mei 2024, maar heeft daarna nog geen besluit genomen.
Eiser stelde de minister op 31 mei 2024 in gebreke, waarna hij binnen twee weken beroep kon instellen. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de minister niet tijdig heeft beslist. De minister gaf aan dat een langere termijn nodig is vanwege de verwerking van zienswijzen van derden bij vertrouwelijke informatie.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn vast tot uiterlijk 9 september 2024 en legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding, met een maximum van €15.000. Tevens moet de minister het griffierecht van eiser vergoeden. De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 15 augustus 2024.