Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Justitie en Veiligheid op zijn administratief beroep van 4 juli 2023, gericht tegen een besluit van 22 juni 2023. De minister had uiterlijk 31 januari 2024 moeten beslissen, maar heeft dit nagelaten. Eiser stelde de minister op 8 februari 2024 in gebreke, waarna de rechtbank het beroep behandelde zonder zitting.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de minister de beslistermijn heeft overschreden. De minister wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442, omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €187 en proceskosten van €437,50 aan eiser. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen.