ECLI:NL:RBZWB:2024:5562
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak motiveringsgebrek geschiktheid functies bij beëindiging Ziektewetuitkering
Eiser, voormalig buschauffeur en onderhoudsmedewerker, ontving sinds 2021 een Ziektewetuitkering wegens klachten aan nek, rechterarm, heup, knie en longen. Het UWV beëindigde de uitkering per 30 oktober 2022, omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn en meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met algemeen geaccepteerde arbeid.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen concludeerde beperkingen passend bij de klachten, neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 4 oktober 2023. Eiser voerde aan dat deze beperkingen niet volledig zijn erkend, met name voor zijn rechterarm en overige klachten, maar de rechtbank acht het medisch onderzoek zorgvuldig en sluit aan bij de FML.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde functies vast die eiser zou kunnen verrichten, maar de rechtbank constateert dat de motivering waarom deze functies geschikt zijn onvoldoende is, vooral omdat werkzaamheden boven schouderhoogte met de rechterarm vereist zijn. Dit leidt tot een motiveringsgebrek in het besluit.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en geeft het UWV acht weken de tijd om het gebrek te herstellen door nadere motivering. Eiser krijgt vervolgens gelegenheid om hierop te reageren. De verdere beslissing, inclusief over proceskosten, wordt aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en het UWV krijgt de gelegenheid dit te herstellen.