ECLI:NL:RBZWB:2024:5571
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Benjaddi
- Van der Plas
- Rechtspraak.nl
Man verplicht tot medewerking Iraanse religieuze echtscheiding wegens huwelijkse gevangenschap
Partijen zijn in 2004 in Iran gehuwd en hebben een minderjarige dochter. In 2018 is hun echtscheiding uitgesproken door een Nederlandse rechtbank, maar volgens Iraans recht zijn zij nog gehuwd omdat de religieuze echtscheiding bij de Iraanse ambassade nog niet heeft plaatsgevonden.
De vrouw vordert dat de man onvoorwaardelijk meewerkt aan de religieuze echtscheiding, waaronder het verschijnen bij een geestelijke en inschrijving bij de ambassade, onder verbeurte van een dwangsom. De man weigert dit zonder voorwaarden te doen, onder meer vanwege zijn vlucht uit Iran, zijn bekering tot het christendom en de eis dat de vrouw afstand doet van haar recht op de bruidsgave.
De rechtbank oordeelt dat de vrouw gevangen blijft binnen het Iraanse huwelijk en dat de belangen van de vrouw zwaarder wegen dan die van de man. De door de man gestelde voorwaarden en bezwaren worden gepasseerd. De man handelt onrechtmatig door niet onvoorwaardelijk mee te werken en wordt veroordeeld tot medewerking binnen veertien dagen, onder dwangsom van maximaal €20.000. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot onvoorwaardelijke medewerking aan de Iraanse religieuze echtscheiding onder dwangsom binnen veertien dagen.