Op 16 april 2023 bedreigde verdachte het slachtoffer met een nepvuurwapen en een mes, waarbij hij dreigde het slachtoffer te doden. Tevens pleegde hij openlijk geweld in vereniging door het slachtoffer te slaan en te trappen. Verdachte had een gasdrukwapen, dat als een echt vuurwapen leek, bij zich.
De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van de bekennende verklaring van verdachte, camerabeelden en diverse proces-verbalen. De verdediging voerde geen bewijsverweer. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
De rechtbank nam het reclasseringsrapport mee in haar oordeel, waarin werd vastgesteld dat verdachte sinds 2019 niet meer in aanraking was gekomen met justitie en positief samenwerkte met de reclassering. Gezien de ernst van de feiten en de positieve gedragsontwikkeling legde de rechtbank een gevangenisstraf van 60 dagen op, waarvan 56 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 120 uur.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van € 1.000 immateriële schadevergoeding aan het slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente. Het inbeslaggenomen nepvuurwapen werd onttrokken aan het verkeer. De rechtbank legde bijzondere voorwaarden op waaronder reclasseringstoezicht en ambulante behandeling vallen.