ECLI:NL:RBZWB:2024:5581

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 juli 2024
Publicatiedatum
14 augustus 2024
Zaaknummer
11191866 OV VERZ 24-3078 (E)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van den Boom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:193 lid 1 BWEU-verordening 2019/1111Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996EU-verordening nr. 650/2012Art. 7 EU-verordening Brussel II-ter
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging verwerping nalatenschap namens minderjarigen met buitenlandse erflater

Verzoekers, ouders en gezagdragers over hun minderjarige kinderen, verzochten de kantonrechter om machtiging om namens de minderjarigen de nalatenschap van hun in Thailand overleden vader te verwerpen. De erflater had zijn laatste feitelijke woonplaats in Thailand en overleed in 2024.

De kantonrechter beoordeelde eerst zijn rechtsmacht en het toepasselijke recht. Omdat de minderjarigen in Nederland wonen, is de Nederlandse rechter bevoegd en geldt Nederlands recht voor de uitoefening van ouderlijke verantwoordelijkheid. De nalatenschap zelf valt onder Thais internationaal privaatrecht.

De kantonrechter oordeelde dat toestemming vereist is om namens minderjarigen een nalatenschap te verwerpen en dat verzoekers voldoende onderbouwing boden voor het belang van verwerping, mede vanwege onduidelijkheid over de financiële situatie en het ontbreken van contact met de erflater.

De machtiging werd voorwaardelijk verleend, voor het geval de minderjarigen tot de nalatenschap worden geroepen en deze verwerpen. Verzoekers dienen zich verder juridisch te laten informeren over de Thaise procedure en mogelijkheden.

De beschikking werd uitgesproken op 26 juli 2024 door kantonrechter Van den Boom te Bergen op Zoom.

Uitkomst: Machtiging verleend aan ouders om namens minderjarigen nalatenschap van in Thailand overleden erflater te verwerpen indien zij tot erfgenaam worden geroepen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer / rekestnummer: 11191866 OV VERZ 24-3078
Beschikking van 26 juli 2024
in de zaak van

1.[verzoeker 1] ,2. [verzoeker 2] ,

beiden wonende te [plaats 1] ,
verzoekers,
procederend in persoon,
in hun hoedanigheid van ouders uitoefenend het gezag over hun minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2009 te [plaats 1] ,
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2010 te [plaats 1] ,
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2011 te [plaats 1] ,
allen wonende te [plaats 1] ,
hierna: de minderjarigen.

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is ingekomen ter griffie van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Civiel, locatie Bergen op Zoom op 2 juli 2024.
1.2.
Bij brief van 10 juli 2024 met bijlagen, ingekomen op 11 juli 2024 is het verzoek nader toegelicht.

2.Het verzoek

2.1.
Het verzoek strekt ertoe de machtiging van de kantonrechter te verkrijgen om namens de minderjarigen de nalatenschap van de heer
[erflater] ,geboren te [plaats 2] op [geboortedag 4] 1946, met laatste feitelijke woonplaats te Thailand, overleden op [datum] 2024 in Thailand (hierna: erflater) te verwerpen.
2.2.
Verzoekers stellen dat verzoekster sub 1 een dochter van erflater is en als erfgenaam tot de nalatenschap van erflater is geroepen. Omdat verzoekster geen band had met erflater, heeft zij geen zicht op diens financiële situatie. Onderzoek hiernaar in een voor verzoekers onbekend land zal de nodige kosten met zich meebrengen omdat zij in dat geval genoodzaakt zullen zijn externe hulp in te schakelen. De broer en de Thaise partner van erflater werken niet mee met het verstrekken van informatie en verschaffen tegenstrijdige informatie over de financiële situatie van erflater. Wegens het ontbreken van een band tussen erflaatster en verzoekster sub 1, alsmede de onduidelijkheid met betrekking tot de omvang van de nalatenschap, wenst verzoekster sub 1 de nalatenschap te verwerpen. Omdat dit er toe zal leiden dat de minderjarigen bij plaatsvervulling in de nalatenschap van erflater zullen opkomen, willen verzoekers de nalatenschap ook namens de minderjarigen verwerpen, waarvoor zij de machtiging van de kantonrechter nodig hebben, aldus verzoekers.

3.De beoordeling

3.1.
Omdat erflater zijn laatste woonplaats in Thailand had en de minderjarigen in Nederland wonen, dient eerst te worden beoordeeld of de kantonrechter rechtsmacht heeft en zo ja, aan de hand van welk recht het verzoek dient te worden beoordeeld.
3.2.
Het verzoek tot machtiging voor het verwerpen van een nalatenschap namens een minderjarige moet niet worden aangemerkt als een maatregel inzake erfopvolging, maar als een maatregel betreffende de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Omdat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter op grond van artikel 7 van Pro de EU-verordening Brussel II-ter [1] bevoegd om van het verzoek kennis te nemen en daarop te beslissen. Aangezien de minderjarigen in [plaats 1] wonen, is de kantonrechter te Bergen op Zoom de relatief bevoegde rechter.
3.3.
In artikel 17 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 [2] is bepaald dat de uitoefening van de ouderlijke verantwoordelijkheid wordt beheerst door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. De kantonrechter dient het verzoek dus naar Nederlands recht te beoordelen. Naar Nederlands recht is toestemming van de kantonrechter vereist om namens een minderjarige een nalatenschap te verwerpen, [3] zodat moet worden beoordeeld of die toestemming in de gegeven omstandigheden kan worden verleend.
3.4.
De kantonrechter overweegt dat de nalatenschap in Thailand is opengevallen, zodat op de erfopvolging niet de Europese Erfrechtverordening [4] van toepassing is. In dit geval zal aan de hand van het Thaise internationaal privaatrecht moeten worden bepaald welk recht, al dan niet ingevolge een door erflater gedane rechtskeuze, van toepassing is op de erfopvolging en of dit recht de mogelijkheid biedt om door middel van het afleggen van een verklaring de aansprakelijkheid voor schulden van de nalatenschap te beperken. Deze vragen liggen in deze procedure niet ter beantwoording voor. Verzoekers dienen zich daaromtrent en over de wijze waarop, de termijn waarbinnen en de plaats waar de nalatenschap kan worden verworpen voor zover nodig (juridisch) te laten informeren.
3.5.
Gelet op de door verzoekers gegeven toelichting en onderbouwende stukken ziet de kantonrechter aanleiding de verzochte machtiging voorwaardelijk te verlenen, voor het geval dat verzoekster sub 1 tot de nalatenschap van erflater is geroepen en zij deze verwerpt, en de minderjarigen daardoor in haar plaats als erfgenamen in de nalatenschap van erflater zullen opkomen.
4. De beslissing
De kantonrechter:
verleent verzoekers
[verzoeker 1]en
[verzoeker 2],
in hun hoedanigheid van ouders uitoefenend het gezag over hun minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2009 te [plaats 1] ,
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2010 te [plaats 1] ,
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2011 te [plaats 1] ,
machtiging om de nalatenschap van
[erflater] ,geboren te [plaats 2] op [geboortedag 4] 1946, met laatste feitelijke woonplaats te Thailand, en overleden op [datum] 2024 in Thailand namens de minderjarigen te verwerpen, indien en zodra de minderjarigen tot die nalatenschap worden geroepen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Boom, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 juli 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.EU-verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (herschikking).
2.Het op 19 oktober 1996 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen (Trb. 1997, 299).
3.Op grond van artikel 4:193 lid Pro 1, eerste zin van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek (BW).
4.De Verordening (EU) nr. 650/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen en de aanvaarding en de tenuitvoerlegging van authentieke akten op het gebied van erfopvolging, alsmede betreffende de instelling van een Europese erfrechtverklaring.