Verzoekers, als wettelijke vertegenwoordigers van twee minderjarigen, hebben verzocht om machtiging om namens deze minderjarigen de nalatenschap van hun overleden grootmoeder te verwerpen. Zij beschikten niet over volledige informatie over de omvang van de nalatenschap omdat zij geen contact hadden met de erflaatster.
Na onderzoek en het verkrijgen van beheer over de nalatenschap, bleek uit informatie van het enige kind en voormalig mantelzorger dat de nalatenschap een negatief saldo kende. Er waren geen eigendommen of kostbaarheden, en de bankrekeningen vertoonden een klein negatief en een bescheiden positief saldo dat reeds was overgeboekt aan een andere erfgenaam die de nalatenschap heeft verworpen.
De kantonrechter oordeelde dat het belang van de minderjarigen bij verwerping voldoende was onderbouwd, gelet op de negatieve nalatenschap en de geringe baten die niet opwogen tegen de lasten van afwikkeling. Verzoekster sub 2 had de nalatenschap reeds verworpen, waardoor de minderjarigen mogelijk bij plaatsvervulling erven. De machtiging werd daarom verleend onder de voorwaarde dat verzoekers binnen twee maanden de verwerping bij de rechtbank van de laatste woonplaats van de overledene effectueren.