Partijen sloten een overeenkomst waarbij eiser een niet-exclusief gebruiksrecht van een softwarepakket aan gedaagde verleende, inclusief een onderhoudsovereenkomst met een looptijd van vijf jaar en stilzwijgende verlenging. Gedaagde zegde de overeenkomst op, maar stelde dat zij geen verdere betalingen verschuldigd was. Eiser vorderde betaling van openstaande onderhouds- en jaarfacturen.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging niet rechtsgeldig was omdat de onderhoudsovereenkomst een vaste looptijd van vijf jaar kent en stilzwijgende verlenging, en dat het beroep op vernietigbaarheid wegens onredelijk bezwarende bepalingen faalde. Ook was geen sprake van tekortkoming door eiser in onderhoud en ondersteuning van de software.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde de onderhoudsfacturen vanaf januari 2023 niet had betaald en veroordeelde haar tot betaling van deze facturen tot het einde van de overeenkomst in oktober 2024. De vordering tot betaling van jaarfacturen werd afgewezen omdat deze overeenkomsten een kortere looptijd hebben en door de opzegging niet meer van kracht zijn.
Daarnaast werd de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen, en gedaagde veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.