Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen om drie bomen op hun perceel op de waardevolle bomenkaart te plaatsen. De rechtbank constateerde in een tussenuitspraak dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en gaf het college de gelegenheid dit te herstellen.
Het college heeft vervolgens een aanvullende motivering ingediend, waarin per boom een concrete toelichting werd gegeven, inclusief een herbeoordeling van boom 2 en een toelichting op het criterium duurzaamheid. Eisers betwistten onder meer de zichtbaarheid van boom 2 en de levensverwachting van boom 1, maar de rechtbank oordeelde dat deze bezwaren onvoldoende waren onderbouwd of niet tot een ander oordeel leiden.
De rechtbank concludeert dat het college het motiveringsgebrek heeft hersteld en verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eisers.