ECLI:NL:RBZWB:2024:5639
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waardebepaling woning in Middelburg
Belanghebbende is eigenaar van een rijwoning uit 1974 in Middelburg. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2020 vast op €162.000, waarop ook de aanslag onroerendezaakbelasting 2021 is gebaseerd. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde, stellende dat de woning in slechtere staat verkeert dan de vergelijkingsobjecten.
De heffingsambtenaar legde een taxatierapport over waarin de woning werd gewaardeerd op €170.000, gebaseerd op vergelijkingsobjecten in dezelfde straat en met vrijwel identieke kenmerken. De taxateur heeft geprobeerd een inpandige opname te verrichten, maar belanghebbende gaf hier geen gehoor.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is. De stelling van belanghebbende over de slechtere staat van onderhoud wordt verworpen vanwege het ontbreken van bewijs, zoals foto’s of een inpandige opname. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.