ECLI:NL:RBZWB:2024:5653
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in gemeente Steenbergen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen aan een adres in Steenbergen, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €370.000 per 1 januari 2022. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 10 juli 2024 en beoordeelt of de waarde te hoog is vastgesteld.
De heffingsambtenaar baseerde de waardebepaling op een taxatierapport van juni 2024, waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met vier referentiewoningen. Deze referentiewoningen zijn voldoende vergelijkbaar geacht qua ligging, bouwjaar en oppervlakte. De heffingsambtenaar heeft bovendien inzichtelijk gemaakt hoe rekening is gehouden met verschillen in uitstraling, onderhoud en voorzieningen.
Belanghebbende stelde dat de woning een lagere uitstraling heeft dan gehanteerd en dat een factor 2 in plaats van 4 passend is, alsmede dat de doelmatigheid van een referentiewoning onjuist was beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat de onderbouwing van belanghebbende onvoldoende is om de waardebepaling te verlagen. De waarde van €370.000 wordt daarom gehandhaafd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2023 blijven staan. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €370.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.