ECLI:NL:RBZWB:2024:5654
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting gemeente Steenbergen
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1953 met diverse bijgebouwen op een perceel van 531 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op €335.000 en legde op basis daarvan de aanslag onroerendezaakbelasting 2023 op. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een maximale waarde van €248.000 voor.
De rechtbank toetste de waardebepaling aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de omgeving werden gebruikt. De gebruikte referentiewoningen waren qua ligging, bouwjaar en oppervlakte voldoende vergelijkbaar en recent verkocht. De heffingsambtenaar had de verschillen tussen de woning en referentiewoningen adequaat gecorrigeerd, onder meer voor onderhoud en grondwaarde.
Belanghebbende voerde aan dat het wegvallen van vrij uitzicht door nieuwbouw en toegenomen parkeerdruk de waarde negatief beïnvloedden. De rechtbank oordeelde dat het bouwplan al was meegenomen via referentiewoningen zonder vrij uitzicht en dat de parkeerdruk niet was onderbouwd. Subjectieve waardevermindering wegens uitzicht op de kerk werd niet gevolgd.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. De aanslag OZB blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €335.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.