ECLI:NL:RBZWB:2024:5674
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen aanslagen afvalstoffen-, riool- en forensenbelasting 2020-2021
Belanghebbende, eigenaar van een woning in Vlissingen sinds 2018 met hoofdverblijf in België, maakte bezwaar tegen aanslagen afvalstoffenheffing, rioolheffing en forensenbelasting voor 2020 en 2021. De heffingsambtenaar had deze aanslagen opgelegd vanwege het gebruik van de woning, nadat eerder alleen aanslagen vanwege het eigendom waren opgelegd.
Belanghebbende stelde dat hij benadeeld werd doordat de aanslagen vanwege het gebruik niet gelijktijdig met de aanslagen vanwege het eigendom waren opgelegd, waardoor hij deze niet in zijn Belgische belastingaangifte kon verrekenen. Hij beriep zich tevens op het vertrouwensbeginsel, omdat hij dacht dat geen aanslagen meer zouden volgen.
De rechtbank oordeelde dat de aanslagen binnen de wettelijke termijn waren opgelegd en dat er geen verplichting bestaat om aanslagen gelijktijdig op te leggen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de heffingsambtenaar pas in 2022 concludeerde dat de woning niet als hoofdverblijf werd gebruikt. De beroepen werden ongegrond verklaard, de aanslagen blijven in stand en er is geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven volledig in stand.