ECLI:NL:RBZWB:2024:569
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Pulskens
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorzieningen inzake zorgregeling en kinderalimentatie na scheiding
In deze zaak behandelde de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek tot voorlopige voorzieningen tussen een vrouw en een man na hun scheiding. Beide partijen vroegen het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, toevertrouwing van hun minderjarige kind aan de vrouw, vaststelling van een zorgregeling en kinderalimentatie. De rechtbank oordeelde dat het belang van de man voor het uitsluitend gebruik van de woning op korte termijn zwaarder woog, gezien het ontbreken van alternatieven voor hem, en wees zijn verzoek toe.
De vrouw kreeg de zorg voor het kind toegewezen, met instemming van de man. De rechtbank stelde een voorlopige zorgregeling vast waarbij het kind om het weekend en op donderdag bij de man verblijft, met een verdeling van vakanties en feestdagen in onderling overleg. De rechtbank hield rekening met de ziektewetuitkering van de man en het feitelijke inkomen van beide partijen bij de berekening van de kinderalimentatie.
Gezien de beperkte draagkracht van beide ouders werd een kinderalimentatie van €25 per maand vastgesteld, met ingang van de datum van het verzoekschrift. De rechtbank benadrukte het belang van overleg tussen partijen voor een definitieve regeling in de bodemprocedure. Het verzoek van de vrouw tot uitsluitend gebruik van de woning werd afgewezen.
Uitkomst: De man krijgt het uitsluitend gebruik van de woning, de vrouw de zorg voor het kind, met een voorlopige zorgregeling en kinderalimentatie van €25 per maand.