Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder geldige vergunning op 25 februari 2022 in Veere. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat de parkeervergunning 'vrij van kenteken' zichtbaar in het voertuig lag en dat deze vergunning op basis van de parkeerverordening 2015 en het overgangsrecht van de parkeerverordening 2021 geldig bleef tot intrekking of vervanging. Ter zitting werd aangevoerd dat meerdere bezoekers aanwezig waren, waardoor zowel de vergunning als de parkeerapp werden gebruikt.
De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging (het parkeren zonder vergunning) heeft plaatsgevonden, mede gelet op een eerdere uitspraak van de bestuursrechter over de geldigheid van de vergunning in 2022. De boete is daarom ten onrechte opgelegd. De beschikking en beslissing van de officier van justitie worden vernietigd en het betaalde bedrag van €109,- wordt terugbetaald.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, boete vernietigd en betaalde zekerheid van €109,- terugbetaald.