Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden op een voetpad op de Boulevard De Ruyter te Vlissingen op 22 mei 2022. Betrokkene voerde aan dat hij de Boulevard slechts was overgestoken en niet staande was gehouden door de verbalisant, wat door de verbalisant werd tegengesproken.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de zitting gaf de zittingsvertegenwoordiger aan dat de zekerheidstelling nihil moest worden gesteld en het beroep gegrond verklaard.
De kantonrechter oordeelde dat niet vaststaat dat betrokkene staande is gehouden, wat volgens artikel 5 Wahv Pro vereist is om een boete aan de bestuurder op te leggen. Omdat de verbalisant geen gegronde reden had om af te zien van staandehouding, is de boete ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd.
De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en opgelegde boete vernietigd wegens ontbreken van staandehouding.