Eiser, woonachtig met zijn partner en twee meerderjarige kinderen, heeft meerdere gezondheidsproblemen waaronder ernstige longklachten. Het college kende huishoudelijke ondersteuning toe via een persoonsgebonden budget, maar herzag dit besluit en beperkte de ondersteuning tot 6,5 uur per week tegen het minimumloon, conform het CIZ-protocol.
Eiser maakte bezwaar tegen deze wijziging en stelde dat de toekenning onvoldoende was, mede vanwege het aantal volwassenen in het huishouden, de ernst van de gezondheidsproblemen en de ontstane schoonmaakachterstand door te weinig uren in de eerste helft van de indicatieperiode.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de bijzondere omstandigheden, zoals de noodzaak van extra schoonmaak vanwege incontinentie en bouwstof, en dat het onderzoek naar de gevolgen van de eerdere ondertoekenning ontbrak. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.