Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het rijden met een snelheid van 20 km per uur boven de toegestane limiet op de N59 Rijksweg buiten de bebouwde kom te Oosterland op 23 november 2022 om 23.08 uur. Tegen deze boete is beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 2 juli 2024 was betrokkene en diens gemachtigde niet aanwezig. De kantonrechter baseert zich op de verklaring van de verbalisant, die volgens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in beginsel voldoende is om de overtreding vast te stellen. De enkele ontkenning van betrokkene biedt geen reden om aan deze verklaring te twijfelen.
De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd en ziet geen aanleiding tot matiging. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Betrokkene wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.