Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene werd beboet omdat hij op 23 september 2022 op een kruispunt op de N286 Nieuwe Postweg te Tholen niet de richting volgde die de voorsorteerstrook aangaf. Betrokkene voerde aan dat hij de rijstrook voor rechtdoor had gevolgd en dat het wisselen van rijstrook noodzakelijk was vanwege stilstaand verkeer, zonder gevaar voor anderen.
De officier van justitie verzocht het beroep ongegrond te verklaren, stellende dat de gedraging vaststond en verwees naar jurisprudentie die het wisselen van rijstrook alleen toestaat bij stilstaand of langzaam rijdend verkeer op snelwegen, wat hier niet het geval was.
De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt en dat betrokkene onvoldoende feiten aanvoerde om deze te betwisten. De gedraging werd als bewezen beschouwd en de boete terecht opgelegd. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat er geen aanvullend verweer tijdens de hoorzitting was gevoerd.
De uitspraak werd op 2 juli 2024 gedaan door de kantonrechter A.B. Scheltema Beduin te Middelburg. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.