Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met 4 km per uur te hard binnen de bebouwde kom op de Sloeweg te Vlissingen op 13 november 2022 om 06:57 uur. Betrokkene stelde dat de boete aan de huurder van het voertuig had moeten worden opgelegd en niet aan hemzelf.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de kantonrechter behandelde het beroep op 2 juli 2024. Betrokkene is niet verschenen tijdens de zitting. De kantonrechter oordeelde dat uit de stukken, met name de verklaring van de verbalisant, voldoende blijkt dat de overtreding is begaan door betrokkene als kentekenhouder.
Betrokkene heeft nagelaten een huurovereenkomst te overleggen die zou aantonen dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd. Volgens artikel 5 en Pro 8 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften moet de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd, tenzij deze kan aantonen dat het voertuig was verhuurd of hij niet meer eigenaar was. Omdat betrokkene dit niet heeft bewezen, is het beroep ongegrond verklaard en is ook geen reden gezien om de boete te matigen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft van kracht.